text.skipToContent text.skipToNavigation

Overzicht van de functie Security (Beveiliging) in Linksys Smart Wi-Fi

De Security (Beveiliging) functie van Linksys Smart Wi-Fi beschikt over drie (3) hoofdfuncties om de beveiliging van uw router en uw thuisnetwerk te beheren.
 
 
 
Een software firewall beschermt uw lokale netwerk tegen internetgevaren door de inkomende en uitgaande communicatie van uw router te filteren. 
 
  • Firewall 

 
  • VPN Passthrough (VPN-doorvoer) – Een Virtual Private Network (VPN) is een netwerk dat een openbaar netwerk, zoals internet, gebruikt om beveiligde communicatie mogelijk te maken tussen een externe computer en een ander netwerk.
 
 

IPSec Passthrough (IPSec-doorvoer) – IPSec (Internet Protocol Security) is een gevolg van protocollen die worden gebruikt voor het implementeren van een beveiligde pakketuitwisseling.

PPTP Passthrough (PPTP-doorvoer) – Met PPTP (Point-to-Point Tunneling Protocol) kunnen VPN-clients een PPTP-tunnel via de router tot stand brengen.

L2TP Passthrough (L2TP-doorvoer) – Met L2TP (Layer 2 Tunneling Protocol) kunnen VPN-clients op het lokale netwerk een L2TP-tunnel via de router tot stand brengen. 

  • IPv6-poortservices
Met deze functie kunt u een IPv6 IP-adres toevoegen voor poortservices of toepassingen.
 
 
Als gebruikers dergelijke verzoeken via internet naar uw netwerk verzenden, staat de router deze verzoeken aan de juiste computers toe.
 
  • Internet Filters (Internetfilters) – Ingeschakelde filters helpen bij de algemene beveiliging als u al bent verbonden met internet.

U kunt selecteren of u de volgende internetfilters wilt in- of uitschakelen: 


Filter Anonymous Internet Requests (Anonieme internetverzoeken filteren) – Met deze functie blokkeert u ping-verzoeken van computers op internet aan uw router.

Filter Multicast (Multicast filteren) – Multicasts zijn vergelijkbaar met broadcasts en worden standaard naar alle computers op een netwerk verzonden.  Met deze optie blokkeert u multicasts.

Filter Internet NAT Redirection (Filter Doorsturen NAT) – Met deze optie wordt voorkomen dat een lokale computer via een URL of internetadres op uw netwerk toegang kan krijgen tot uw lokale server.

Filter ident (port 133) (Ident filteren (poort 133)) – Met deze functie voorkomt u dat externe indringers via internet en servicepoort 133 toegang krijgen tot uw router.  Voor sommige toepassingen moet deze servicepoort beschikbaar zijn.  In dat geval schakelt u deze optie uit. 

     
    Demilitarized Zone (DMZ) is een functie waarmee alle poorten voor binnenkomend verkeer gepresenteerd wordt in de WAN-interface, behalve degenen die specifiek worden doorgestuurd naar een IP-adres of MAC-adres.  Deze functie kan worden gebruikt om een web server, mail server of web camara bloot te stellen aan het internet zodat iedereen het kan openen.
     
     
    SNELLE TIP:  Deze functie wordt doorgaans niet gebruikt, omdat deze aanzienlijke beveiligingsrisico's met zich meebrengt voor het apparaat dat u aan de DMZ toewijst.  Het apparaat wordt niet beschermd door de geïntegreerde firewalls, internetfilters of webfilters van de router.
     
     
    Met de instellingen onder Apps and Gaming (Toepassingen en games) kunt u de connectiviteit verbeteren zonder de kwetsbaarheid onevenredig te verhogen.  Deze speciale functies worden doorgaans gebruikt wanneer u op afstand toegang tot uw gegevens wilt verkrijgen of communicatie in privénetwerken wilt toestaan.
     
    • DDNS Met de Dynamic Domain Name System (DDNS)- functie kunt u een domeinnaam configureren voor uw thuisnetwerk aan de hand waarvan u uw netwerk gemakkelijk kunt vinden op internet.  Dit is handig als u vanaf een externe locatie via internet toegang zoekt tot een USB-station of webcamera.


     

    User-added image

    • Single Port Forwarding (Doorsturen één poort) – Met deze functie wordt verkeer dat via internet binnenkomt op een specifieke poort doorgestuurd naar één apparaat in uw lokaal netwerk.

    User-added image

     
    • Port Range Forwarding (Doorsturen poortbereik) – Met port forwarding wordt verkeer dat via internet in het poortbereik binnenkomt doorgestuurd naar een specifiek apparaat in uw lokaal netwerk.  Sommige toepassingen kunnen gebruik maken van een reeks poorten.  Zodat als een poort bezet is kan het signaal worden doorgestuurd naar een andere poort.

     
    • Port Range Triggering (Trigger poortbereik) – Met deze optie kan de router uitgaande gegevens controleren op specifieke poortnummers.  De router onthoudt het IP-adres van de computer die de overeenkomende gegevens verzendt.  Wanneer de aangevraagde gegevens vervolgens worden teruggestuurd via de router, worden de gegevens naar de juiste computer teruggeleid.  Dit is handig wanneer u een USB- of Bluetooth-headset gebruikt voor onlinechats en -games.

    Was dit artikel nuttig?

    Aanvullende vragen?

    Opnieuw zoeken

    CONTACT MET DE KLANTENSERVICE